|
|
 |
Duurzame Stedelijke Vernieuwing
Het programma Duurzame Stedelijke Vernieuwing (DSV) richtte zich op naoorlogse wijken. Daar vinden de komende jaren vele ontwikkelingen plaats. Herstructurering en revitalisering staan hoog op de agenda. In die situaties ontmoeten burger, bestuur en ondernemers elkaar om te komen tot een nieuwe toekomst voor de wijken. Er is een actieve afstemming tussen die betrokkenen mogelijk. NIDO zocht naar nieuwe invalshoeken, een aanpak in de wijken met toekomstwaarde en aandacht voor sociale aspecten en kansen voor economische ontwikkeling in de wijken.
Doel van het programma DSV was om de duurzaamheiddoelstellingen uit te werken en te vertalen in hanteerbare concepten en ideeën voor naoorlogse wijken. Door in verschillende wijken als sparring-partner, initiator of medefinancier op te treden heeft NIDO ervaringen helpen opbouwen. Natuurlijk is ook geïnvesteerd in ontmoetingen (van direct betrokkenen in uitvoering, beleid en onderzoek) en de verdieping (onderzoek).
Onlangs is het programma Duurzame Stedelijke Vernieuwing afgesloten. In het programma is concreet gemaakt wat ‘duurzame ontwikkeling’ en ‘stedelijke vernieuwing’ elkaar te bieden hebben. De inhoudelijke bevindingen zijn in de Agenda voor vernieuwing (nummer 14 van de cahierreeks) weergegeven. De kennis in de vorm van publicaties is overgedragen aan KEI (Kenniscentrum stedelijke vernieuwing).
Wilt u meer informatie over dit programma of toch nog een publicatie bestellen?
Neem dan contact op met KEI (kenniscentrum stedelijke vernieuwing)
Cahierreeks
Om ideeën, visies en ontwikkelingen snel over te dragen, heeft NIDO samen met KEI (kenniscentrum stedelijke vernieuwing) een cahierreeks uitgegeven. Met 14 cahiers over ‘omgaan met ruimtelijke structuur’, ‘de sociale opgave’, ‘economische ontwikkeling’, ‘innovatieve ideeën’ en ‘internationale ervaringen’ is het debat over de toekomst van de naoorlogse wijken gevoed. De cahiers zijn toegankelijk, prikkelend en innovatief van karakter, dragen bij tot uitwisseling van ideeën en ervaringen en geven een onverwachte invalshoek weer. De auteurs zijn deskundig, bevlogen en origineel in hun benaderingswijze. De cahiers zijn in een bescheiden oplage gepubliceerd en daarom nog maar beperkt beschikbaar. De reeks bestaat uit de volgende nummers; u kunt de publicaties downloaden door op de titels te klikken.
- Nummer 1: Participatie anders bekeken - Erik Opdam (pdf: 1,8 Mb)
- Nummer 2: De stad als systeem - Martin van de Lindt, Derk Loorbach, Jan Rotmans (pdf: 1,2 Mb)
- Nummer 3: Een sociale wijkvisie als basis - André Ouwehand (pdf: 1,8 Mb)
- Nummer 4: R4R Bewoners voor vernieuwing - Willem Giezeman en Kees de Graaf (pdf: 1,2 Mb)
- Nummer 5: Leven met onzekerheid; besluitvorming over duurzame stedelijke vernieuwing - Erik-Hans Klijn (pdf: 1,2 Mb)
- Nummer 6: Moderne steden met een verleden - Henk Döll en Paul Meurs (pdf: 1,4 Mb)
- Nummer 7: Transformatie en het ontwerp - Gert Jan te Velde (pdf: 1,7 Mb)
- Nummer 8: Duurzame steden zijn adaptief - Trevor James (pdf: 1,6 Mb)
- Nummer 9: Stadsassen en achterpaden; sturen en loslaten in de stedelijke vernieuwing - Eric Zinger (pdf: 1.144 Kb)
- Nummer 10: Duurzaam ondernemen in de stad - Jochum Deuten en George de Kam (pdf: 1.251 Kb)
- Nummer 11: Tussen klant en stad - Louis Overboom (pdf: 1.089 Kb)
- Nummer 12: Het nieuwe duurzaam bouwen - Anke van Hal (pdf: 1.694 Kb)
- Nummer 13: Duurzaam wijkbeheer - Andrik Mols (pdf: 895 Kb)
- Nummer 14: Agenda voor vernieuwing - Nicol van Twillert (pdf: 835 Kb)
Overdrachtsdiners
In november 2003 is het programma Duurzame Stedelijke Vernieuwing afgerond. In dat kader is de notitie ‘Stedelijk stapelplan – de stad als stapelplaats van kennis’ gemaakt. Ruim honderd mensen kwamen naar Utrecht voor een goed gesprek. Restaurant Karel V vormde het decor van vijf ‘overdrachtsdiners’ met twintig rondetafelgesprekken, die de gemoederen zo nu en dan flink in beweging brachten. Cees Anton de Vries (LearnRing BV) blikt terug, bundelt de oogst en ontdekt uiteindelijk drie leidende dilemma’s in de stedelijke vernieuwing:
- Planning & control: professionals maken harde prestatie-afspraken en werken met onzekerheden;
- Uitdijende agenda: professionals maken keuzen en respecteren complexiteit;
- Competenties: professionals combineren gespecialiseerd vakmanschap en algemene procesvaardigheden.
U kunt de notitie hier downloaden als pdf-bestand (169 Kb).
Dossier Systeembenadering Duurzame Stedelijke Vernieuwing
Kleine systeembenadering
Aanleiding NIDO heeft in zijn programma Duurzame Stedelijke Vernieuwing (DSV) aandacht besteed aan het ontwikkelen van een systeembenadering voor de stedelijke vernieuwing. Nadat in 1969 door Jay W. Forrester (MIT) het boek ‘Urban Dynamics’ is gepubliceerd is weinig meer gebeurd op het vlak van het ontwikkelen van een systeembenadering. Er is toen veel discussie geweest over de vraag of de gekozen modelmatige benadering wel (sociaal/ethisch) toelaatbaar was. Het vervolg ‘Systems Analysis as a Tool for Urban Planning’ (1969-1971) is beperkt gebleven. In Nederland is weinig gedaan aan de systeembenadering voor stedelijke vernieuwing.
De centrale vraag van NIDO hierbij is:
- is een systeembenadering voor duurzame stedelijke vernieuwing mogelijk?
- welke kenmerken (patronen, processen, dynamiek e.d.) verdienen nadere uitwerking en welke zijn reeds voldoende bekend?
Modelmatige benadering? NIDO-DSV zoekt naar een set systeemkenmerken die de grondslag kunnen vormen voor een duurzame benadering van stedelijke vernieuwing. Systeemkenmerken geven ruimte voor analyse, geven ruimte voor het ontwikkelen van toekomstbeelden en geven ruimte voor verandering: zowel door te werken met de dynamiek binnen de wijk, als door rekening te houden met toegevoegde dynamiek van buiten.
Een belangrijk dilemma is hierbij de vraag in hoeverre de modelmatige benadering hanteerbaar is in een beleidsterrein waar de sociale dimensie van groot belang is. Er is sinds de publicaties van Forrester veel veranderd, zowel in de samenleving en benadering van stedelijke vernieuwing, als in het denken over systeembenaderingen. Dit is te bezien als het vertrekpunt voor de gezochte analyse. De Cahier Reeks Duurzame Stedelijke Vernieuwing van NIDO en KEI is gebaseerd op de grondslagen van de relatietheorie van Chris van Leeuwen en kent uitstapjes naar de systeembenadering van Peter Senge, zoals hij ze beschreef voor de ‘lerende organisatie’. Er is geen poging gedaan om te komen tot een nieuwe ‘masterplanbenadering’, omdat de dynamiek in de stedelijke vernieuwing te groot en te divers is om een sluitende systeemtheorie voor te ontwikkelen. Wel heeft NIDO-DSV initiatieven genomen om tot nieuwe begrippenkaders te komen en relaties explicieter te maken. Dit dossier bevat korte beschrijvingen van relevante NIDO-publicaties en studies die zijn verricht in dit kader. Materiaal dat open staat voor discussie en verdieping.
‘Kleine’ systeembenadering Een systeem kenmerkt zich door de samenhang tussen de delen en de interacties die erin plaatsvinden. De interacties worden bezien als 'dynamiek'. Een systeem kan worden gezien als een ruimtelijke eenheid (gebiedsgerichte benadering) maar ook kan gedacht worden aan sociale systemen of bestuurlijke eenheden (samenlevingsbenadering) of een economische ordening. Zeker als het stedelijke vernieuwing betreft, lijkt een gebiedsgerichte benadering hanteerbaar. Daarbij is oog voor de omgeving (en de interacties daarmee) noodzaak. De kernelementen zijn tijd en ruimte. Die kunnen niet los worden gezien van de schaal. Hoewel de systeembenadering in principe op alle schaalniveaus speelt, is te overwegen om te werken op een schaalniveau waar keuzes mogelijk zijn. Dan draagt het systeemdenken bij aan de uitvoering. Dat is waar ontwikkeling binnen handbereik ligt en waar voldoende dynamiek is om duurzame vernieuwing mogelijk te maken.
De basisfactoren voor een systeembenadering zijn:
Dynamiek Daarbij gaat het om de systeemeigen (intern aanwezige) dynamiek en de extern toegevoegde dynamiek. Stedelijke vernieuwing is een vorm van toegevoegde dynamiek. Dynamiek brengt onrust, beweging en verandering: het systeem zal dus reageren. De vraag is natuurlijk: leidt het tot vervlakking of tot verrijking?
Ruimtelijke variatie De inrichting van de ruimte, de overgangen van droog naar nat, van extensief naar intensief, van wonen naar werken en andere overgangen bepalen het beeld van de wijk. Harde grenzen (wegen, geluidswallen, schuttingen e.d.) hebben een andere invloed dan zachte overgangen (glooiende oevers, combineren van wonen en werken e.d.). De natuurlijke basis is fysiek onderdeel van de ruimtelijke variatie, de identiteit van de wijk (fysiek) vormt de herkenbaarheid en basis voor verbondenheid.
Diversiteit Diversiteit is een belangrijke kwaliteit voor de karakteristiek en identiteit van de wijk: verschil in culturen, leefstijlen en leeftijden, welvaart, normen en waarden maar ook soortenrijkdom van plant en dier.
Temporele aspecten Tijd is een belangrijke vormende factor voor de stedelijke omgeving. De stad is het resultaat van voortschrijdende ontwikkeling. Tijd is niet in te halen, te versnellen of te veranderen. Historische waarden ontstaan vandaag en gisteren. Evolutie vraagt tijd en kleine/fijne ingrepen. Grootschalig ingrijpen verbreekt de tijdshorizon. Hierin ligt ook ‘de waarde van het bestaande’ besloten.
Patronen en processen Een systeem zal altijd 'zoeken' naar stabiliteit, waarin ontwikkeling mogelijk is en sprake is van een groot regenererend vermogen, interne correctie plaatsvindt bij onverwachte pieken/situaties, ruimte is voor individuele ontwikkeling en bestendigheid tegen externe invloeden (stormen van buiten).
De uitdaging ligt in de herkenning van patronen en processen die het betrokken systeem aansturen en de wijze waarop daarmee (zelf-)sturing vorm kan krijgen. Een volwassen en duurzaam stedelijk systeem (schaal: wijkniveau) heeft:
- interne dynamiek (levendigheid);
- variatie in relaties (sociaal netwerk);
- individuen met eigen kwaliteiten (synergie);
- diversiteit in kwaliteiten (inzetbaarheid);
- opvangend vermogen (stabiliteit);
- ontwikkelend vermogen (lerend);
- interne synergie (relationele kwaliteit);
- invloed op de omgeving (betekenis);
- ruimte voor vernieuwing en verandering (transformtieruimte);
- variatie in gebruiksmogelijkheden (levensloopbestendig);
- karakter (ruimtelijke variatie en sociale samenhang) en
- bestaansrecht op lange termijn (tijd levert kwaliteit).
Dit betekent dat we een schets kunnen maken van Utopia: alles in balans (stabiliteit en ruimte voor ontwikkeling). Tegelijkertijd kunnen we ons richten op de realiteit: er is altijd beweging en er zijn altijd factoren die de balans verstoren. Duurzame Stedelijke Vernieuwing richt zich op het versterken van de samenhang tussen ambitie (Utopia) en waarde van de wijk (kwaliteit).
Zoals reeds gezegd is, heeft NIDO-DSV initiatieven genomen om tot nieuwe begrippenkaders te komen en relaties explicieter te maken. Onderstaand vindt u korte beschrijvingen van relevante NIDO-publicaties en studies die zijn verricht in dit kader. Materiaal dat open staat voor discussie en verdieping.
Driehoeksmodel Systeembenadering Triangle Systeemleer Systeembenadering stedelijke vernieuwing Cahier Reeks Duurzame Stedelijke Vernieuwing Relatietheorie
Driehoeksmodel In het programma DSV is nadrukkelijk de ambitie opgenomen om een systeembenadering te ontwikkelen c.q. te verkennen. In eerste instantie is die vraag neergelegd bij ICIS met het verzoek om verder te gaan dan het reeds bestaande driehoeksmodel. ICIS maakte een uitwerking die sterk gebaseerd is op genoemd driehoeksmodel en er is een relatie gegeven met de noodzaak van transities om tot een duurzame stedelijke vernieuwing te kunnen komen. De ICIS-verkenning heeft vooral waarde op basis van:
- analyse van de kapitalen bezien vanuit ‘Triple P’;
- analysekader voor stedelijke vernieuwingsprojecten;
- goede relatie met transitiemanagement op basis tijdsdimensie en de sociale aspecten;
- zicht op inzichten in duurzame stedelijke vernieuwing;
- handelingsperspectief voor uitvoerders en beleidsmakers.
Het ICIS-verhaal is goed ontvangen in de sector op basis van de genoemde punten, waarbij met name de transitiebenadering aan lijkt te spreken. U kunt het ICIS-rapport 'De stad als systeem: naar duurzame stedelijke ontwikkeling' hier als pdf-bestand (472 Kb) downloaden.
Het programmateam DSV was zeer tevreden, maar had het gevoel dat een tweede slag gemaakt kon worden. Daar waar ICIS zich vooral richt op een analysekader vanuit het ‘driehoeksmodel’ en een sterk toegepaste systeembenadering hanteert, lijkt een benadering vanuit de systeemleer mogelijk.
>>naar boven
Systeembenadering Aan TNO is gevraagd om vanuit een systeembenadering nogmaals naar de stedelijke vernieuwing te kijken en te analyseren of een duurzame benadering mogelijk is. Het resultaat is een rapportage waarin duidelijk wordt dat er sprake is van paradigmaveranderingen (Howlett en Ramesj, 1995), systeemdenken (Aronson, 1996)en de wijze waarop mensen omgaan met complexe systemen (Senge et al, 1995).
Het heeft een flinke inspanning gekost om dit tot stand te brengen. TNO-MEP beschrijft in haar rapport:
- actuele kenmerken van de stedelijke vernieuwing;
- de noodzaak om duurzaamheid in te brengen, ook wanneer dit de stedelijke vernieuwing nog complexer maakt, gezien de tijdsdimensies en de toegevoegde kwaliteitseisen;
- de sprong naar duurzame stedelijke vernieuwing krijgt vorm in een aanpak die aansluit op het systeemdenken en een toegepaste basis voor systeemdenken in de stedelijke vernieuwing;
- een handreiking voor veranderen in een complexe omgeving op basis van transitiemanagement;
- voor verschillende partijen wordt aangegeven op welke wijze een paradigmaverandering concreter kan worden gemaakt en
- tenslotte worden nog aanbevelingen gedaan voor (praktijkgericht) onderzoek en beleid.
Daarmee is TNO weer een stapje dichterbij een toepassing van een algemene systeemleer op de duurzame stedelijke vernieuwing gekomen. U kunt het TNO-MEP-rapport 'Systeembenadering duurzame stedelijke vernieuwing' hier als pdf-bestand (333 Kb) downloaden.
>>naar boven
Triangle In het Expertise Centrum Duurzame Ontwikkeling van de Universiteit van Amsterdam worden interdisciplinaire studieprojecten opgezet. Een internationale groep studenten (Benin en Nederland) werkte gedurende drie maanden aan de vraag of een systeembenadering mogelijk is voor de Stedelijke Vernieuwing. Het rapport ‘There is an Alternative’ geeft zicht op processen die spelen, hun onderlinge samenhang en een model dat uitgaat van een zekere hierarchie in benaderingswijzen binnen de elementen van de duurzaamheidsdriehoek.
De studenten hebben een essay geschreven waarin uitgegaan wordt van de klassieke ‘triple P’ (People, Planet & Profit) benadering van duurzame ontwikkeling. Bij de toepassing daarvan op de stedelijke vernieuwing hebben zij drie M’s benoemd als essentieel voor duurzame ontwikkeling: Mix, Multifunction en Maintain.
De oorspronkelijke vraag was gericht op het ontwikkelen van een systeembenadering voor de stedelijke vernieuwing en uiteindelijk is het resultaat een aanzet daartoe. Als basisvoorwaarden voor duurzame ontwikkeling noemen de studenten ondermeer partnerschap. Binnen het kader van de sociale cohesie die aandacht krijgt is in hun opvatting voor de communicatie van belang (gericht op kennen en respecteren). Ecologisch gaat de groep uit van een benadering die is gebaseerd op drie R’s: Reduce, Recycle en Reuse.
U kunt het essay van de studenten hier als pdf-bestand (626 Kb) downloaden.
>>naar boven
Systeemleer Systeemleer bemoeit zich met relatiestelsels waarin sprake is van hierarchische verhoudingen. Boulding gaf in ’56 een rangschikking van systemen naar het niveau van complexiteit. Van statische systemen (die relatief onveranderlijk zijn), zoals kristalbouw tot metafysische of transcendale systemen. Jammer genoeg komt een opbouw vanuit de systeemleer nauwelijks aan de orde in beide uitwerkingen. Wil een systeembenadering zinvol en nuttig zijn, dan moet er sprake zijn van mogelijkheden van terugkoppeling en bijsturing. Daar ligt de relatie met de cybernetica.
>>naar boven
Systeembenadering stedelijke vernieuwing Een volgende vraag is wat een systeembenadering precies oplevert in het geval van stedelijke vernieuwing. Denken over (duurzame) stedelijke vernieuwing in systeemtermen heeft allereerst het voordeel dat samenhangen centraal komen te staan. Op dit moment krijgen veel samenhangen weinig aandacht in stedelijke vernieuwing. Zo blijft bijvoorbeeld op dit moment de relatie tussen de fysieke uitstraling en inrichting van een wijk met de sociale structuur vaak onderbelicht. Met een systeembenadering kan de samenhang tussen fysieke en sociale aspecten (variatie) meer in beeld komen, omdat dit beide elementen zijn van ‘het systeem’. Ook ontbreekt op dit moment vaak samenhang tussen ontwikkelingen op stedelijk (lokaal) niveau enerzijds en op regionaal en/of nationaal niveau anderzijds (ruimtelijke discontinuïteit) . Gemeentelijk beleid gaat vaak alleen over binnen de gemeentegrenzen, afstemming met andere gemeenten in de regio vindt nog heel weinig plaats.
Een tweede voordeel is dat, doordat de samenhangen die van belang zijn voor stedelijke vernieuwing meer zichtbaar worden, de problemen en potenties van een wijk, buurt of stad beter beschreven kunnen worden. Met andere woorden, de huidige situatie kan beter beschreven worden.
Een derde voordeel van het toepassen van een systeembenadering is dat de doorwerking van maatregelen beter verkend kan worden. In systeemtermen: de effecten van ingrepen in één deel van het systeem op andere delen kunnen verkend worden. Daardoor wordt duidelijk dat verandering van één onderdeel van het systeem gevolgen heeft voor andere delen van het systeem (omgaan met onzekerheden). Langs die weg kunnen gewenste en ongewenste consequenties van ingrepen beter worden voorspeld. Zo wordt de kans gereduceerd dat oplossingen gekozen worden die op korte termijn goed werken maar op langere termijn negatieve effecten hebben (Peter Senge zegt hierover: ‘when viewed in system terms short-term improvements often involve very significant long-term costs’). Ook komen eventuele tegenstrijdigheden eerder aan het licht.
Daarmee ontstaat zicht op de kenmerken van een systeembenadering zoals die zinvol is voor duurzame ontwikkeling:
- relatiestelsels;
- hierarchie in/tussen systemen;
- complexiteit;
- dynamiek en
- sturing (terugkoppeling, meekoppeling en tegenkoppeling).
In het essay 'Het brilletje van Van Leeuwen' van Cees Anton de Vries (LearnRing) en Douwe Jan Joustra (NIDO) vindt u een nadere uitwerking. U kunt het essay hier downloaden (pdf).
>>naar boven
Relatietheorie Een mogelijke oplossing lijkt dichterbij te liggen dan gedacht. In Delft heeft, gedurende de jaren zestig en zeventig, professor Chris van Leeuwen de relatietheorie ontwikkeld. Hij baseerde zich daarbij op de structuren die hij in de ecologie ontdekte. Zijn werk is een ‘springbron van inspiratie’ voor velen en kan dat zeker zijn voor degenen die werken aan duurzame stedelijke vernieuwing.
Aan het eind van het programma Duurzame Stedelijke Vernieuwing proberen we een synthese te maken. De kern daarvan ligt in het ontwikkelen van een systeembenadering die handreikingen geeft bij besluitvorming en planprocessen. Dagelijks verschijnen kernbegrippen uit de relatietheorie van Chris van Leeuwen in de publiciteit en discussie. Maar nooit als samenhangend geheel dat helpt bij het maken van keuzes.
>>naar boven
Essays
Aan een aantal deskundigen is door NIDO gevraagd om in een bescheiden essay bij te dragen aan het hanteerbaar maken van de samenhangen. NIDO heeft gevraagd om bijdragen die:
- Aansluiten bij de Relatietheorie van van Leeuwen, vertaald naar de besluitvorming in de stedelijke vernieuwing;
- Bouwstenen leveren voor systeemdenken in de stedelijke vernieuwing;
- Probeer begrippen te benoemen als basis voor dilemma’s waarover (dagelijks) besluiten worden genomen en
- Een perspectief voor duurzame ontwikkeling als doelstelling hanteren.
De essaybundel met de titel ‘Het brilletje van van Leeuwen’ bevat bijdragen van denkers en doeners. Door alle auteurs is getracht om de relatietheorie in een hanteerbaar perspectief te plaatsen voor het werken aan stedelijke vernieuwing. De bijdragen zijn hieronder te downloaden als pdf-bestand.
Onderstaande essays zijn geschreven. U kunt een essay als pdf-bestand downloaden door op de titel te klikken.
|  |
 |
 |
De cahierreeks biedt stedelijke vernieuwers inspiratie. Meer info vindt u bij KEI |
 |
|
 |